Infinitive Stem Past Indefinite Past Participle
praten (to talk) praat praatteno gepraat
studeren (to study) studeer studeerdeno gestudeerd
leren (to learn, teach) leer leerdeno geleerd
kleden (to dress) kleed kleeddeno gekleed
heten (to be called) heet heetteno geheten
leggen (to lay, put) leg legdeno gelegd
bakken (to bake, fry) bak bakteno gebakken
betalen (to pay) betaal betaaldeno betaald
beantwoorden (to answer) beantwoord beantwoorddeno beantwoord
betekenen (to mean) beteken betekendeno betekend
vertellen (to tell) vertel verteldeno verteld
verkleden (to change) verkleed verkleeddeno verkleed
verbranden (to burn) verbrand verbranddeno verbrand
Last modified: Saturday, 8 April 2006, 04:44 PM
